Maandelijks archief: november 2013

Mijn naam

Een (kleine) ramp om Willemijn te heten en buiten Nederland te gaan wonen.

De mensen rondom mij, hier in Umbrie, waren redelijk gewend geraakt aan mijn lastige naam en maakten er van alles en nog wat van, zoals Velamin, Veli, Villemen, Willaman etc. Ik vind het allemaal prima.

Nu moet ik overnieuw beginnen in Toscane en krijg er wat van om mijn naam uit te moeten leggen en, nee, er bestaat geen Italiaanse vertaling van mijn naam en, ja, noem me maar Veli …

Tot ik er de lol weer van in zag toen mijn vriend en zijn dochter zich enorm vrolijk maakten over hoe anderen mijn naam uitspraken.

De grap was dat ik geen verschil hoorde tussen beide versies … en mijn naam zoals we hem in Nederland kennen was het zeker niet! Maar ik heb mijn mond gehouden en deelde de vrolijkheid met een extra schepje stille lol er gratis bij.

Advertenties

Wij in Nederland …

Hier ben ik niet zo trots op … Ik schijn heel regelmatig te zeggen, tegen de Italianen rondom mij: ‘Wij in Nederland doen dingen zo en zo, of hebben dit en dat’. Ik had het helemaal niet door, maar nu ik dat zie, valt het me elke keer dat ik het zeg op. En dat is idioot vaak.

Niet zo best om de hele tijd te vergelijken, maar ik doe dat dus.

Het geeft wel duidelijk aan dat ik mij echt anders dan ‘Italiaans’ voel (als dat al een gevoel kan zijn, want wat is ‘Italiaans’ dan?).

Het ergste eraan is dat ik blijkbaar dus vind dat ‘wij in Nederland’ de dingen beter doen. Ik kan mij duidelijk beter vinden in mijn eigen cultuur dan in de Italiaanse.

Nu is dat heel normaal. Als je buiten je eigen cultuur gaat wonen, ga je meer aan die ‘oude’ cultuur hechten en wordt het allemaal mooier dan het in werkelijkheid is. Ik zie de negatieve aspecten van Nederland (of de Nederlandse cultuur) niet want ik heb er nooit mee te maken. Hoezo negatieve aspecten? Is er dan iets mis met hoe we de dingen in Nederland doen?

Ik ben dus heel normaal … valt dat even tegen!

Verkeer(d)

Even ergens naartoe rijden hier rondom Florence, kan zelden. Wat een hoeveelheid auto’s en grote regelmaat aan ongelukken en wat een files steeds. Ik krijg er echt iets van en denk met weemoed terug aan de ‘file’ die ’s ochtends regelmatig rondom Perugia stond.

Dat stelt dus echt helemaal niets voor!

Lang leve de grote stad …

Bellocchio

Het appartement dat we aan het opknappen zijn … wat een werk en wat een frustraties. Niet alleen van onze kant, ook de samenwerking tussen de verschillende partijen loopt niet geheel gladjes. Maar daarover schrijf ik nog wel wat meer zodra ik daar tijd voor heb.

We hadden een loodgieter gevonden die ook elektricien is. Hij maakte een goede indruk, gaf heel helder en broodnodig advies, dus we hadden hem, vol vertrouwen, ingeschakeld.

Een boom van een vent met geweldig dikke buik en twee uitpuilende ogen. Wij noemden hem vanaf dag 1 ‘Bellocchio’ (“Mooioog”). Dat is risicovol, zo’n bijnaam geven terwijl je de komende tijd dagelijks met die man te maken gaat hebben.

Mijn vriend sprak dus inderdaad iemand anders die in het huis ook af en toe werkt en had het, totaal ontspannen, over ‘Bellocchio’. (We hebben het heel erg veel over hem want hij geeft afgezien van super goed advies, nog veel meer problemen). Die andere persoon begreep direct wie Bellocchio was en zag de grap ervan in, heeft het zelfs over genomen.

Ik blijf mijn hart vasthouden dat ik zijn juiste naam zal noemen waar hij bij is, maar hoe meer tijd voorbij gaat, hoe meer problemen hij geeft, des te meer hebben we het over hem en zo wordt de beste man steeds meer  ‘signor Bellocchio’. Dat gaat dus een keertje mis …

Wat een luxe!

Sinds ik veel van en naar Florence rijd, begon ik veel tijd kwijt te raken aan het betalen van de autoweg. In Italie is de wegenbelasting laag, maar betaal je voor de autobaan. Je neemt een kaartje als je erop gaat en betaalt als je er weer af gaat.

Soms sta ik daar een kwartier te wachten tot ik kan betalen en jaloers keek ik naar de baan van de Telepass. Rustig kunnen de Telepass gebruikers gewoon doorrijden.

Dat wilde ik ook.

Even nazoeken gaf al snel het bedroevende resultaat dat ik geen Telepass zou kunnen hebben. Ik heb twee rekeningen in Italie en de ene kan voor Telepass worden gebruikt als je je salaris daarop laat storten elke maand. Als kleine zelfstandige heb ik geen salaris. Mijn andere bank is een internet bank en dat wordt niet geaccepteerd.

Je betaalt voor Telepass ruim tien euro per jaar, verbazingwekkend weinig eigenlijk (hoewel het voor de ‘autostrade’ ook veel kosten bespaart in personeel, dus voor hen alleen maar beter hoe meer automobilisten Telepass hebben).

Na heel veel meer tijd in de rij te hebben gestaan, kon ik vorige week eindelijk een Telepass apparaatje ophalen bij mijn nieuwe bank waar ik een gezamelijke rekening heb geopend met mijn vriend.

Zo blij als een kind. Wat een luxe!

telepass

Laatste keer olijven plukken Umbrie

Een jaar met onvoorstelbaar veel olijven, dus nostalgie zal ik voorlopig niet hebben. Ben blij dat we klaar zijn. Drie dagen met 6 mensen plukken. Ruim 1000 kilo.

Toch was het een beetje afscheid nemen, hoewel ik, ook als ik eenmaal in Toscane woon, hier nog regelmatig zal komen. Al het werk aan de olijfbomen zal door anderen gedaan worden, dus het zijn daarna echt mijn bomen niet meer.

Ik hoop dat ik, niet al te ver van mijn nieuwe woonplaats, een aantal olijfbomen zal kunnen vinden. Olijfolie maken is een prachtig proces. Snoeien, rondom de bomen onderhouden en daarna plukken en genieten van zalige verse olijfolie.

Ik zal wel zien wat er op mijn pad gaat komen in Toscane!

Mijn hond Marte

Gisteren kwam ik thuis uit Toscane en vond Marte onder een struik. Silvia, de vrouw die mijn werk hier als custode overneemt, had mij al gebeld om te laten weten dat het niet goed ging.

De dierenarts gebeld en die kwam na anderhalf uur. Ik heb Marte in laten slapen. Hij was echt op. Het blijft verdrietig, ook al wist ik al een jaar dat hij elk moment dood zou kunnen gaan en bleef de dierenarts zich verbazen over de levenskracht van deze oude hond met hartprobleem. Ondanks dat hartprobleem deed Marte niets liever dan samen met mij (of wie dan ook) lopen en wellicht heeft dat hem zo lang in leven gehouden.

We hebben ongeveer 10000 kilometer samen te voet afgelegd schat ik. Hij wachtte altijd op mij en de afgelopen maanden wachtte ik op hem. Hij sliep hele dagen totdat hij er lucht van kreeg dat ik ging lopen. Zijn stramme lijf kwam in beweging en met vrolijke huppelpasjes en af en toe wat bokken en steigeren, begon hij ons rondje.

Hieronder wat foto’s van de afgelopen twee jaar, blij rennend of tevreden wachtend op mij …

marte-rennend-3 marte-wacht-op-mij marte-kijkt-om