Maandelijks archief: januari 2017

Italiaanse bureaucratie

We hebben een stuk grond gekocht met een schuur erop en de helft van een huis (de andere helft is bewoond door een andere familie). Alvorens een bod te doen hadden we bij de gemeente geïnformeerd (twee keer) of de schuur eventueel afgebroken zou mogen worden om er een klein huisje neer te zetten. Elke keer bleek dat dat zou mogen.

Een paar weken geleden was ik wederom met de architect bij de gemeente, omdat de wetten zo ingewikkeld zijn dat hij toch nog wat vragen had die hij op wilde helderen. Wederom spraken we met een andere persoon van de ‘ufficio tecnico’ (technische bureau) en die had een aantal andere punten die we nog niet wisten, maar ook volgens hem mocht de schuur een woonhuis worden.

Afgelopen week was ik nogmaals bij de gemeente. De architect had namelijk toch nog een aantal vragen. Hij is werkelijk erg secuur en zit de wetten eindeloos uit te pluizen waardoor je met vragen blijft zitten. Zo zijn de Italiaanse wetten veelal. Het zou andersom moeten zijn, maar de praktijk leert dat het niet zo is.

Ditmaal was er weer een andere persoon waarmee we hebben gepraat en deze zei na korte tijd dat we de schuur waarschijnlijk niet tot woonhuis mogen ombouwen. Ik zal de details besparen, maar het heeft ermee te maken dat we een ‘boerderij’ hebben gekocht en als daar vroeger een boerenbedrijf op zat (hetgeen zo is), dan mag je de gebouwen niet omzetten in civiele gebouwen. Die regel kenden wij en wij hebben van een privé persoon gekocht en daarmee leek die regel voor ons niet op te gaan (en daar waren anderen het destijds mee eens). Deze meneer hield echter voet bij stuk dat wij wel onder die regel zouden vallen.

De architect bleef heel rustig en probeerde de wetten te laten zien die wel voor ons geval gelden, maar de man wilde er niets van weten. Dus zijn we in een barretje gaan overleggen en hebben nogmaals alle papieren bekeken, zijn vervolgens teruggegaan naar de gemeente om te kijken wat voor oudere gegevens er bestaan van dit huis en hebben toch nog een andere gemeenteman kunnen spreken, helemaal aan het eind van de ochtend.

Deze man wist ons te vertellen dat wij inderdaad niet onder die wet vallen (maar de andere wet waar wij volgens hem wel onder vallen heeft ook bepaalde problemen, maar zeer waarschijnlijk zitten wij wel goed). Daarnaast had hij nog wat andere interessante informatie die niemand ons tot nu toe had verteld.

Vaak krijg ik te horen dat de bureaucratie in Italie voor mij inmiddels wel te begrijpen zal zijn, aangezien ik de taal spreek en hier al jaren woon. Het feit is dat het voor de meeste Italianen zelfs niet te begrijpen is, zie bijvoorbeeld onze architect die al jaren veel uren per week bij gemeentes zit te overleggen over bouwvergunningen. Hij is een expert, maar het blijft ook voor hem allemaal onduidelijk.

Kortom, we wachten nog even rustig af wat het uiteindelijke vonnis gaat worden en houden er rekening mee dat, als we onze tekeningen indienen, we alsnog een hele strijd moeten gaan voeren omdat niet iedereen binnen de gemeente de wetten op dezelfde manier interpreteert.

Ik kijk er niet naar uit!

Hieronder nog wat foto’s van een stukje wijngaard dat we als laatste schoon hebben gemaakt (alweer een tijd geleden want daarna werd het te koud). De eerste foto is gemaakt na een eerste passage met de bosmaaier.

wijngaard-toscane-1 wijngaard-toscane-2 wijngaard-toscane-3 wijngaard-toscane-4

Prachtig hoe het langzaam opknapt en weer een beetje op een wijngaard gaat lijken.

Advertenties

Praten tegen de hond …

Gisteren liep ik met hondje Sandy naar huis toen de overbuurvrouw, die dól op honden is, mij zag. Op haar hoge hakken strompelde ze de weg over om Sandy te kunnen begroeten. Tot zover niets vreemds, hoewel ik mij keer op keer verbaas hoe achterlijk sommige mensen tegen honden praten. Met hoge piep stemmetjes en baby woordjes. Het maakt op mij altijd een geheel valse indruk. Maar, het is allemaal heel goed bedoeld, ik ben het alleen niet gewend en blijf het dus vreemd vinden.

Hoe dan ook, ze vroeg ditmaal of Sandy bij haar op bezoek wilde komen, om met haar hond Ali te spelen. Ze vroeg dit in haar nep stemmetje aan Sandy en ik stond er hopeloos verloren bij. Sandy zei uiteraard niets. Ik wilde antwoorden dat Sandy daar helemáál geen zin in heeft, maar bedacht op tijd dat dat veel te bot zou zijn. Ik zei dus een tijdje ook niets, hard nadenkend hoe ik mij hieruit zou kunnen redden. Er ging echter geen lampje branden, dus liep ik even later met Sandy bij de mevrouw naar binnen.

Sandy ging doodsbang zitten en bleef stokstijf rechtop zitten. Ali bleek een hele oude en lieve, maar grote hond. Hij was erg blij met het bezoek, stond er zelfs voor op (de buurvrouw zei dat hij nauwelijks nog op stond, alleen om even te plassen en poepen). Sandy vond het echter maar niets en bleef daarbij. Ik was haar bijzonder dankbaar. Na een kwartiertje kon ik met goed fatsoen weg.

Pootje?

Net na Kerst wilde ik aan de slag gaan in een stukje van onze wijngaard. Ik liep er met de kruiwagen vol gereedschap heen en zag er een jager zitten. Geweer rechtop naast zich. Oranje reflecterend vestje aan. Ik zei dat ik graag aan de slag wilde en hij zei dat hij niet zou schieten. Hij keek er nogal teleurgesteld bij.

Na even gewerkt te hebben zag ik dat er verderop nóg één zat en na ongeveer een half uurtje ontdekte ik er nog eentje. Ik had al besloten niets te zeggen omdat ik niet wist wat mijn rechten en plichten zijn als eigenaar van landbouwgrond, tegenover jagers. Landbouwgrond is heel anders dan andere grond, wat de wet betreft.

Na een hele tijd gingen de jagers tegelijk weg. Ze deden alsof ik niet bestond en dus deed ik maar hetzelfde.

Afgelopen week was ik weer aan het werk toen de buurman van iets verderop langskwam. Wij noemen hem de kabouter, omdat hij een lange witte baard heeft en best klein is. Erg vriendelijk is hij altijd, hij komt wel vaker even kijken hoe het gaat en blijft zich verbazen over het feit dat een vrouw dit soort werk doet.

Er lag een schouder van een wild zwijn in zijn vriezer, voor ons. Aangeboden door zijn ‘squadra’ (team) jagers. Ze geven elk seizoen aan de verschillende eigenaren van het land waarop ze jagen, een goed stuk vlees. Ik vertelde dat ik wat jagers in de wijngaard had gevonden en hij lachte wat schaapachtig en zei dat hij ze daar neer had gezet. “Bravi sono, molto molto bravi” (“Goed zijn ze, heel erg goed”). Ik wist niet of hij op hun schietkunst doelde of op hun kwaliteiten als mens. Dat liet ik maar zo.

wild-zwijn-schouder

Dit is de schouder. Ik schat dat dit zo’n 7 of 8 kilo is. Heeft de hele dag liggen ontdooien (onze vriezer is niet groot genoeg voor de hele poot) en nu moet ik dit klaar gaan maken. Ik heb een heel grote pan, die ga ik eerst maar even van zolder halen!